Ik kon het niet laten. Bij het zoveelste commentaar op een bericht van een verkeersongeval schreef ik op Facebook: ‘Jullie weten niet over welke mens het gaat. Ik wel. Jullie suggereren van alles en nemen van alles aan. Wees eens wat bescheidener in je commentaar. Dit gaat over mensen.’ Zoals vaker bij redelijk commentaar werd dat genegeerd en gingen mensen gewoon door over de verkeerssituatie of wat ze ook maar aan opgekropte frustraties kwijt wilden. Totdat er iemand belde.
Deze man had zich al vaker verdiept in de verkeerssituatie daar en had ook wel een mening over hoe de overheid hierin handelt. Maar hij was ook benieuwd hoe ik daar tegenaan keek vanuit mijn rol als predikant. Ik prees hem dat hij als zelfbenoemde luis in de pels studie maakt van de situatie en vooral mensen spreekt, en dat hij ook de moeite nam om mij te bellen. En ik vertelde hem mijn verhaal.
Bij dit soort berichten zie ik mensen. En dan niet mensen die mijn verhaal bevestigen - ‘ik heb het altijd al gezegd dat het mis zou gaan’ – maar mensen die iets overkomt. Dat zijn dus ook mensen aan ‘de andere kant’: de kant waar kritiek op wordt geleverd, omdat zij in dit voorbeeld de verkeerssituatie onveilig zouden maken. Hoe snel kunnen we mensen die we in de supermarkt gewoon spreken, ineens bij zo’n situatie aan de andere kant drukken en niet meer met ze in gesprek gaan. We creëren onze eigen polarisatie denk ik vaak.
Wat drijft ons dat we ons eigen oordeel en onze eigen mening niet kunnen opschorten maar meteen concluderen dat een ander er anders over denkt, andere belangen heeft of zelfs tégen ons is? Iedereen wil toch veilig leven, gezond blijven en zelfs goed voor een ander zijn? Ja dat geloof ik. Dat de meeste mensen deugen. Dat ze stomme dingen doen, jou schade kunnen berokkenen, staat buiten kijf. En dat anderen teveel aan zichzelf denken en jou dan over het hoofd kunnen zien, zal allemaal waar zijn. Maar daarmee zijn ze nog niet tegen je.
En we denken toch zelf ook vaak vanuit onszelf. De straat is toch ‘van ons’, en waarom rijdt die ander dan in de weg, of niet door, of snijdt die je af? En nee, dat is niet altijd zo, of meestal niet, maar er zijn van die momenten dat je dingen doet zoals je het zelf bedacht had of wilt, en ja, daar kan een ander last van hebben. Dus is het altijd zaak die verbinding te zoeken.
Wat zie ik over het hoofd? Wat heb ik niet gezien? Waar heb ik niet aan gedacht, of wel aan gedacht, maar genegeerd, omdat ik het niet wilde denken of dacht dat het niet belangrijk of belangrijker was? Het zijn dit soort vragen die helemaal niet zeggen dat jíj het ‘fout’ doet, maar die je minimaal laten openstaan dat er twee kanten aan een verhaal zitten. Of, minder polariserend in twee kampen gesproken, dat een verhaal breder is, en mijn verhaal in verbinding staat met jouw verhaal.
De man belde op het moment dat ik naar een kerstconcert reed, dat ik mocht dirigeren. Tijdens het concert vergat ik het. Wat sommigen in het koor vonden van sommige nummers, wat er allemaal aan voorbereiding en vooral communicatie nodig was, en de drukte die ik in mezelf voelde en dus ook mijn eigengerichtheid; het viel allemaal weg in de muziek over vrede, licht, redding, hoop. Omdat we ons met elkaar verbonden, koor, combo en publiek, en samen een mooie avond hadden. Even geen ‘anderen’, maar samen. Want we kunnen het maar op één manier goed hebben: samen. Dan zien we elkaar. Want ieder mens mag gezien worden. ‘Die ander’ en jij.
Otto Grevink is dominee in De Langstraat en verbonden aan Pioniersplek Zin op School. Reacties zijn welkom op ottogrevink@gmail.com.
