Op het Kampioenschap van Vlaanderen in de Topsporthal in Gent pakte Fleur Hooyberghs de titel in het polsstokspringen. Na een spannende strijd mocht de Arendonkse toch op het hoogste schavotje. En deze zege deed haar duidelijk deugd.
Door Eddy Leysen
“Ik was er vooraf toch niet helemaal gerust in”, geeft de 24-jarige Fleur Hooyberghs toe. “Mijn seizoensbegin was niet echt schitterend, ook enkele wedstrijden in het buitenland waren niet helemaal wat ik ervan verwachtte. Ik ben nog volop het juiste ritme aan het zoeken, dus de verwachtingen lagen niet super hoog. Wel wist ik dat wanneer ik een goede dag had misschien wel kon meedoen voor een medaille. Het doel was om gewoon te doen wat ik op training telkens weer doe, zorgen dat ik in het proces kom en dat ik er ook blijf. Mijn coach heeft het vaak genoeg gezegd. Ik had mezelf ook geen druk opgelegd, niets moest immers.”
Al vrij snel was duidelijk dat een medaille voor het grijpen lag, maar welk eremetaal het zou worden, was toen nog niet duidelijk. Het bleef een nek-aan-nek-race met de Kortrijkse Hanne Vandenbroucke nadat beide polsstokspringsters over 3,90 meter waren gegaan. “Ik wist dat ik de beste papieren had, maar bij pogingen op vier meter had ik het toch nog bijna zelf verprutst. Even was ik het vertrouwen kwijt toen ik een zwaardere stok nam en gewoon doorliep, dus geen sprong voor elkaar kreeg. Hierdoor kwam de bal in het kamp van de concurrentie, maar ook zij faalde op deze hoogte zodat ik uiteindelijk toch de Vlaamse titel pakte.”
Bouwen aan lange weg terug
Deze Vlaamse titel doet het beste beloven voor het vervolg van het seizoen, maar opnieuw legt Fleur Hooyberghs zich niet te veel druk op. “De komende weken en maanden staan er nog enkele leuke wedstrijden op het programma, waaronder enkele in Frankrijk, het BK voor studenten en het BK in Louvain-La-Neuve. Wat ik hier moet verwachten kan ik moeilijk zeggen. Ik kom immers van heel ver en dat maakt de overwinning in dit Kampioenschap van Vlaanderen nog net iets mooier. Na enkele superjaren in 2021 en 2022, waarin ik telkens over 4,18 meter ging, was het allemaal wat minder, waaronder zowat anderhalf jaar blessureleed. Sinds vorig jaar ben ik aan het werk met mijn nieuwe coach Steven Taelman en ook dat vraagt aanpassingen. Ik hoop ooit terug in de buurt van de 4,20 meter te kunnen springen, maar de vraag is of dat al voor dit seizoen is. Fysiek moet ik zeker nog stappen zetten, hier speelt mijn blessuregeschiedenis me ook parten. Daarnaast is er technisch ook nog werk aan de winkel. De puzzelstukjes liggen er, de vraag is nu wanneer ze allemaal op de juiste plaats liggen. We zijn op de goede weg en dat is het belangrijkste.”
