Over onze huisdieren bestaan opvallend veel verhalen. Maar wat klopt er eigenlijk van? Speciaal voor Dierendag nemen we een aantal bekende dierenwijsheden onder de loep.

Honden zijn kleurenblind

Fabel. Honden zien wel degelijk kleuren, alleen ziet hun wereld er anders uit dan de onze. Ze kunnen vooral blauw- en geeltinten onderscheiden. Rood en groen zijn voor een hond veel moeilijker uit elkaar te houden. De wereld van een hond is dus zeker niet zwart-wit, maar het kleurenspectrum is beperkter dan dat van mensen.

Katten komen altijd op hun pootjes terecht

Fabel. Katten beschikken over een bijzondere richtreflex. Tijdens een val kunnen ze hun lichaam draaien om met hun poten naar beneden te komen. Maar dat betekent absoluut niet dat iedere val goed afloopt. Ook katten kunnen bij een val botbreuken of andere ernstige verwondingen oplopen. Dat een kat ‘toch wel op haar pootjes landt’ is dus nooit een reden om een valrisico te onderschatten.

Een goudvis heeft een geheugen van drie seconden

Fabel. Misschien wel een van de bekendste dierenfabels. Goudvissen kunnen informatie veel langer onthouden dan drie seconden. Vissen zijn bovendien in staat dingen te leren en kunnen reageren op eerder aangeleerde signalen. Dat rondje door de vissenkom is dus niet iedere keer een compleet nieuwe ervaring.

Paarden kunnen staand slapen

Feit, maar met een kanttekening. Paarden kunnen dankzij een bijzonder systeem van pezen en gewrichten staand rusten en slapen zonder voortdurend hun spieren te hoeven aanspannen. Voor voldoende REM-slaap moeten ze echter ook kunnen gaan liggen. Wie een gezond paard languit in de wei ziet liggen, hoeft dus niet meteen te schrikken: het dier kan gewoon lekker liggen slapen.

Konijnen zijn knaagdieren

Fabel. Het lijkt misschien logisch, maar een konijn is officieel geen knaagdier. Konijnen behoren tot de haasachtigen, oftewel de Lagomorpha. Een zichtbaar verschil zit in het gebit: achter de twee grote bovenste snijtanden heeft een konijn nog een tweede paar kleinere snijtanden.