Hoera! Dochterlief is acht jaar geworden! En dat betekent natuurlijk trakteren. En trakteren doe je tegenwoordig met een tasje. Of het nu bij het sporten, bij de BSO of op school is: trakteren doe je met een tasje. Geen idee waarom. Ik heb wel een ander idee.

De tasjes waar dochterlief mee thuiskomt zijn kleine plastic tasjes. Met een leuke vrolijke opdruk van meestal de favoriete serie of game van de jarige. Hierin zit snoep, natuurlijk, chips (wat ook meer suiker dan zout is) en een speeldingetje, wat ik niet eens speelgoed kan noemen, want ik heb mijn dochter er nog nooit een dag later mee zien spelen. Ali Express spint er garen bij, maar wat hebben de kids eraan? Er zit bovendien een hoeveelheid snoep voor een week in, waardoor je als ouder de hele week nee loopt te roepen om het te compenseren.

Het is allemaal goed en lief bedoeld, en je mag er dankbaar voor zijn. Maar ik krijg ook het gevoel dat het zo vanzelfsprekend is geworden dat je als ouder denkt dat je wel moet. Ik heb me zitten afvragen hoe dat zo gekomen is. En misschien is het wel voortgekomen uit het nobele idee dat je een traktatie mee naar huis neemt, zodat je met je ouders kunt bepalen of je die dag wel mag snoepen of chips mag eten. Goed idee, maar in dat zakje bleek nog meer snoep- en speelgoed te passen. Nu zit je er de hele week mee.

Hoe ga je daarmee om? Het stelt je voor een dilemma. Dus dochterlief kreeg toch tasjes mee, maar van papier. Met daarin, op de dag van de Koningsspelen, een oranje Hawaï slinger en een uitdeelboekje van de Gorgels; dochterliefs favoriete boeken. En natuurlijk zat er ook een kinderhandje oranje popcorn in, in een rood-wit-blauw cupcakebakje; volgens allerlei experts nog een van het minst onverantwoorde snoep. Ik bedoel maar: je gaat erin mee en probeert je eigen accent aan te leggen. Doe je het dan goed en anderen niet? Nee, als ouders worstel je continu tussen wat er van je verwacht wordt (of wat je denkt dat er van je verwacht wordt) en wat je zelf wil. En wat je zelf wil is ook zo vaak inconsequent met allerlei redenen waarom thuis een lolly wel oké is en een koekje niet. Nog los van hoe je jezelf iets lekkers gunt en een ander moment juist heel strikt wilt onthouden.

En natuurlijk was er thuis ook taart. En daar zag ik iets moois gebeuren. De taart kwam met een kaarsen-achtje op tafel en we sneden voor iedereen een stuk. Omdat we samen de taart verdeelden had iedereen genoeg. In het delen zat de beperking. En misschien is dat wel wat me triggerde bij de tasjes: die zijn geen deel van een groter geheel, maar staan op zichzelf. En dus zijn ze, behalve in hun grootte, onbeperkt. Daar kan of moet altijd nog wel iets bij volgens je gevoel.

Trakteren is een individueel cadeautje geworden, zo lijkt het, terwijl het juist iets uitdelen zou mogen zijn van iets wat je samen deelt. Ieder kind snapt in de klas, als ik het erover heb, dat je een grote bak met snoep niet voor jezelf houdt (hoe aanlokkelijk het ook klinkt, maar het is véél te veel). Die deel je met elkaar. Dan is alleen nog de vraag: wat deel je uit en hoe geef je ouders ook de gelegenheid om het eventueel thuis te reguleren wanneer je kind dat eet. Aan de andere kant: als we iets delen, dan blijft wat je kind krijgt kleiner en moeten we dat die kinderen maar ook gewoon gunnen. Een verjaardag mag je vieren!

Otto Grevink is dominee in De Langstraat en verbonden aan Pioniersplek Zin op School. Reacties zijn welkom op ottogrevink@gmail.com.